Home

Wat is het verdienmodel van een schrijver?

Schrijven is hartstikke leuk, maar rijk word je er niet van. Nog niet één procent van de Nederlandse schrijvers kan leven van de boeken die hij of zij schrijft, zo bleek onlangs uit onderzoek van NRC. Zelfs een bestsellerauteur als Suzanna Jansen kon van de opbrengst van haar laatste boek maar ongeveer een jaar leven. Als je bedenkt dat je aan een non-fictie boek meestal drie tot vijf jaar werk hebt, is dus de grote vraag: hoe financier je dat? In dit artikel vertelt Astrid Schutte hoe ze het aanpakt bij ‘De laatste heer’, het boek dat ze nu onderhanden heeft.

20190219_130514

De taartjes die de uitgever serveerde om de ondertekening van mijn contract te vieren.

Projectplan
Ik ben zelfstandig ondernemer. Dat betekent dat alles wat ik doe voor eigen rekening en risico is. Bij een financieel onzeker project als een boek, moet ik dus weloverwogen te werk gaan. Welke stappen zet ik? Net als bij alle projecten maak ik eerst een plan. Wie moet ik spreken, welke boeken of rapporten moet ik lezen, welke archieven moet ik bezoeken? Hoeveel reistijd, en reis- en verblijfkosten ben ik daarbij kwijt? Maar ook: hoeveel tijd kost het uitwerken van alle gesprekken? De uitwerkpost is namelijk een urenvreter. Ik heb geëxperimenteerd met spraaksoftware maar de bestaande is nog niet genoeg voor interviews. Dat moet vooralsnog dus met de hand gedaan worden.
Natuurlijk is de schrijftijd ook een enorme kostenpost. Meestal duurt dat zeker een half jaar, los van de herschrijfversies die je maakt als je eenmaal je manuscript bij de uitgever hebt ingeleverd. Bij mijn vorige boek was ik ruim zes maanden aan het schrijven.
Het zoeken van een uitgever duurt doorgaans ook een half tot een heel jaar, dus daar moet je ook tijd voor inruimen. Je moet namelijk voor elke uitgever een plan op maat maken om hem/haar te overtuigen.
In mijn geval kom ik op deze manier uit op ruim anderhalf jaar fulltime werken in totaal. Dat de doorlooptijd van een boek meestal veel langer is, komt omdat je nooit aaneengesloten kunt werken. Je moet wachten op reacties van mensen, op de momenten waarop je afspraken met hen wilt maken en je bent afhankelijk van openingstijden van archieven en dergelijke. Maar misschien wel het belangrijkste: je moet tijd hebben om na te denken over wat je bent tegen gekomen tijdens je zoektocht en over hoe je het verhaal het best kunt opschrijven. In de periodes dat ik met een boek bezig ben, gaat het proces van het verhaal schrijven continu door, ook al ben ik met wat anders bezig. Ik kan het merken aan mijn dromen en aan hoe ik wakker word: het eerste waar ik elke dag vaak aan denk is het boek waar ik mee bezig ben. Dat maakt schrijven ook anders dan ‘gewoon’ werk. Je moet je onderwerp dus écht boeiend vinden om er zo lang en intensief mee bezig te kunnen zijn.

Begroting
Op basis van de hoeveelheid tijd, maak ik vervolgens een begroting. De grootste post daarin is: werktijd. Zelfs als ga ik uit van een minimumloon dan nog kom ik dus voor anderhalf jaar minimaal uit op enkele tienduizenden euro’s. Bedenk ook dat de Belasting alles wat je ‘krijgt’ voor je boek, zoals subsidies en een voorschot, als inkomen ziet en dat je er dus belasting over moet betalen.
Tenslotte kost het werven van fondsen tijd: een aantal maanden in mijn geval. Je moet je verdiepen in de honderden fondsen die er zijn en voor elk fonds dat volgens jou in aanmerking komt, een aanvraag op maat schrijven.
In mijn geval probeer ik vijfenzeventig procent van de begroting te dekken met subsidies en  giften, bijvoorbeeld via de crowdfundingactie van Voordekunst. Dat betekent dat ik de rest bij elkaar verdien door werk in opdracht te doen. Dat is niet erg, maar het betekent natuurlijk wel dat ik  in die tijd niet aan het boek kan werken.

Opbrengst
Ik hoor dat sommige mensen denken dat de hele opbrengst van de verkoop van een boek voor de schrijver is. Dat is niet zo. Als het boek er straks is, ontvang ik een paar euro per boek. Net als iedere schrijver hoop ik een bestseller te schrijven en een heleboel boeken te verkopen, maar dat is meestal niet hoe het gaat.
Een ander misverstand dat bij veel mensen leeft, is dat een schrijver gratis boeken kan weggeven, omdat het immers zijn boeken zijn. Ook dat is niet zo. Als ik iemand straks een exemplaar van ‘De laatste heer’ cadeau wil doen, dan moet ik het boek eerst van de uitgever kopen, tegen korting weliswaar, en dan kan ik het pas weggeven. Dat is de reden dat auteurs niet al hun vrienden een gratis boek geven.
Ga dan in eigen beheer uitgeven, denk je misschien. Maar een in eigen beheer uitgegeven boek is buiten je netwerk vaak moeilijk aan de man te brengen. De oplage blijft dan dus beperkt tot een paar honderd boeken. Als auteur heb ik bovendien weinig verstand van marketing. Dat laat ik dus liever aan een uitgever over.
Een ander punt is dat een schrijver meestal alleen subsidie kan ontvangen als hij of zij met een ‘kwaliteitsuitgever’ werkt. Een uitgever dus, in mijn geval Ambo Anthos, die zich intensief bemoeit met het schrijfproces en die de marketing van mijn boek organiseert. En die voor taartjes zorgt als ik het contract kom ondertekenen.

Geluksvogel
Als je dit allemaal leest, zou het kunnen zijn dat je bijna medelijden met mij krijgt. Maar dat hoeft helemaal niet! Schrijven is een passie van mij en daar heb ik veel voor over. Als schrijver ontmoet je veel bijzondere mensen en je krijgt een inkijkje in de levens van mensen die je anders gedachteloos voorbij zou lopen. Mijn ervaring is ook dat een boek voor leuke gespreksstof zorgt. Mensen hebben vaak belangstelling voor mijn projecten en willen me vaak op allerlei manieren helpen: met tips, logeeradressen, door kritisch mee te lezen en soms ook met geld. Dat maakt elke gift bijzonder en ik voel me er vaak veel dankbaarder voor dan voor de opbrengst voor werk in opdracht. Mensen hadden immers niet hoeven geven! Dus alle donateurs die via Voordekunst of anderszins mij steunden, nogmaals héél veel dank!

Meer lezen over verdienmodellen van auteurs?

Hartverwarmende reacties op mijn crowdfundactie
voor De laatste heer 

Op de site VoordeKunst houd ik tot en met 15 maart een crowdfundactie. Deze leverde (na aftrek van kosten en afdracht voor VoordeKunst) tot nu toe bijna ruim 3800 euro op! (Er zijn nog 39 uren te gaan, dus en beetje kan het nog veranderen.) Alle donateurs: super bedankt! Zowel voor de geldelijke donaties als voor de giften in natura zoals  morele steun, interesse in het onderwerp, literatuurtips en logeerplekken in het onderzoeksgebied!

Hieronder een paar voorbeelden van hartverwarmende reacties:

De Laatste Heer_Thumbnail010

De eerste hartverwarmende reactie kwam van een vriendin die na het ontvangen van de mail direct op de knop drukte om mij een donatie te geven, zodat de witte leegte op de donatielijst weg was!

♥♥ Ik kan niks geven maar…… Een paar mensen uit mijn netwerk waren niet in de omstandigheid te doneren (bijvoorbeeld omdat ze zelf ook met een boek bezig waren waarvoor ze geld bijeen moesten brengen) maar namen toch de moeite om mij een hart onder de riem te steken! Super bedankt!

♥♥♥ Wanneer is het boek er? wilden een aantal geïnteresseerden weten. Dankzij de opbrengst van deze crowdfundactie en een aantal andere subsidies, ga ik aan de slag met interviewen, onderzoeken, heel véél lezen, schrijven en herschrijven! Begin 2021 is mijn boek hopelijk klaar. Je krijgt per mail daarvan bericht.

Héle veel dank iedereen,

Astrid Schutte

 

Anniek interviewt Astrid over Crowdfunding

D&R Fotografie-7d9f37ef586b98ff9fc59f872a3a012739066fab0c663cd59e78af7e1b287842RSPF0130

Anniek: Astrid, voor je andere boeken heb je geen gebruik gemaakt van crowdfunding. Waarom bij ‘De Laatste Heer ‘ wel?

Astrid: Bij mijn vorige boek ‘De gelukkige school’, over een radicale onderwijsvernieuwing, heb ik eigenlijk niet aan crowdfunding gedacht. De onderwijsvernieuwingsbeweging Iederwijs was en is ook best omstreden. Dan is crowdfunding niet de meest voor de hand liggende keus. Want wie gaat geld geven aan een boek over een vernieuwing die in de ogen van sommigen mensen mislukt is? ‘De laatste heer’ is een boek dat een veel breder publiek kan aanspreken. Iedereen kent wel iemand in de familie uit de vorige generatie die is opgeklommen door verder te leren. Heel veel mensen hebben ook voorouders die in dorpen zijn opgegroeid en gepacht hebben bij heren van landgoederen en kastelen. Dat maakte dit onderwerp geschikter voor crowdfunding.

Anniek: Je hebt het streefbedrag van 3.500 naar 5.000 euro. Hoe ben je hier op uitgekomen? Wat zijn hierin de grootste kostenposten?

Astrid: Het streefbedrag is een compromis tussen dat wat je nodig hebt en dat wat je denkt te kunnen vragen. Voor een boekproject als ‘De laatste heer’ begin je met een projectplan, het zoeken van een uitgever en een begroting. Wat moet ik allemaal doen om dit boek te maken en hoeveel tijd kost dat? Een project als dit heeft een doorlooptijd van ongeveer drie jaar. Daarvan werk je zo’n jaar fulltime aan het boek. Je moet dus in feite inkomen zoeken voor een jaar. De 5000 euro is dus maar een klein deel van de begroting. Je kiest zo’n bedrag door in te schatten: als ik mijn netwerk benader, hoe realistisch is het dat zij mij wat gaan geven? Dat is altijd moeilijk te bepalen. Ik wilde aanvankelijk niet te hoog gaan zitten. Je kent alle mensen die je mailt natuurlijk goed en je wilt alleen dat ze wat geven als ze het boek een leuk idee vinden. Niet omdat ze zich verplicht voelen je wat te geven. Maar toen de Provincie Gelderland had besloten een groot bedrag te geven, dacht ik: ik probeer via de crowdfunding toch nog wat extra te krijgen voor de research.

Anniek: Stel je haalt je tweede streefbedrag niet, komt het boek er dan ook niet?

Astrid: Als ik het tweede streefbedrag niet haal, ga ik op zoek naar andere bronnen van inkomsten. Ik heb een aantal fondsen benaderd die geïnteresseerd zijn in dit soort historische onderwerpen. Maar hoe dan ook zal ik een flink deel van het boek op een of andere manier zelf moeten financieren.

Anniek: Denk je dat met de bezuinigingen in de culturele sector crowdfunding de toekomst is?

Astrid: Ik denk dat dit soort crowdfunding vooral geschikt is voor wat kleinere, eenmalige projecten. Crowdfunden kost namelijk ook tijd: je moet een site maken, mensen benaderen en tegenprestaties regelen. Grote kunstprojecten gebruiken daarom vaak fondsen die veel geld kunnen geven. Musea die aankopen willen doen en orkesten die willen blijven optreden hebben immers vaak miljoenen nodig om hun plannen te kunnen realiseren.

Meer over de crowdfundactie van Astrid

Anniek Zuure is Bachelor Applied Business Administration, heel nieuwsgierig en mijn nicht!

Astrid is begonnen met een nieuw boek: De laatste heer (werktitel)

Het verhaal in een notendop
Een eeuw geleden was de klasse waarin je werd geboren nog allesbepalend voor hoe je leven eruit zou gaan zien. Maar in de 20ste eeuw veranderde dit. Dit verhaal vertel ik aan de hand van de levens van twee dorpsgenoten: de laatste kasteelheer van het Gelderse dorp Baak, Werner Helmich, en mijn vader Jan Schutte, de zoon van een pachtboer. Mijn vader, die alleen lagere school had, kon door de nieuwe kansen die 20ste eeuw bood, opklimmen tot bankdirecteur. Voor de kasteelheer hadden de nieuwe tijden onder meer als gevolg dat hij zijn landgoed vaarwel moest zeggen.
Zicht op Huis Baak

De klus
Ik wil een beeld krijgen van deze mannen en het leven in Baak in het eerste driekwart van de 20ste eeuw. Voor dit boek duik ik daarom diep de archieven in: de archieven van de beide families en de archieven van het dorp en de gemeente. Daarnaast wil ik ook zo’n 60 mensen interviewen: familieleden, dorpsgenoten en pachters. Veel van die mensen zijn al op leeftijd. Ik wil ze spreken, nu het nog kan. Hun verhalen mogen niet verloren gaan! Hun herinneringen vormen ‘oral history’–documenten van onschatbare waarde.

Dit alles zal resulteren in een boek dat begin 2021 gaat verschijnen bij AmboAnthos, een gerenommeerde uitgeverij van literaire non-fictie. Het boek heeft als werktitel : De laatste heer.

Crowdfunding
Op Voordekunst ben ik een crowdfund-actie gestart om het boek mogelijk te maken.

Klik hier voor het filmpje op Voordekunst

 

‘De gelukkige school’ is uit!

In ‘De gelukkige school’ vertel ik het verhaal van de eerste Iederwijs-school. Deze radicale school voor primair en voortgezet onderwijs van begin 21ste eeuw kreeg veel weerklank én kritiek. Kinderen mochten er namelijk zelf kiezen wat, wanneer en hoe ze wilden leren. In een paar jaar tijd telde Nederland meer dan 20 Iederwijs-scholen.
Uiteindelijk sloten de scholen of gingen ze verder onder een andere naam. Was Iederwijs te vrij? Of haar tijd vooruit? En hoe zijn de kinderen terecht gekomen?  Lees het in    De gelukkige school.

Lezers over De gelukkige school:

‘Verslag van een heldentocht in Nederlands onderwijsland’

‘Een meeslepend verhaal’

‘Leest als een spannend boek’

Bestel het boek hier.